‘Waarom ben je niet blij, net als de andere zwarte mensen op tv?’ (Betoog gerechtshof Amsterdam 10-5-2017)

‘Waarom ben je niet blij, net als de andere zwarte mensen op tv?’
(Betoog gerechtshof Amsterdam 10-5-2017)

Lees hieronder het slotbetoog van Jerry Afriyie tijdens de zitting bij het gerechtshof Amsterdam afgelopen woensdag. Stichting Nederland Wordt Beter wil dat zwarte piet overal uit de openbare ruimte verdwijnt. Trouw publiceerde een artikel over de inhoud van de zitting.

 

Een man stapte op mij af na afloop van een debat een aantal jaren geleden. De beste man sprak mij aan over mijn bijdrage in de zwarte piet-discussie. Hij zei: “Ik heb Surinaamse vrienden en zwarte collega’s. Van al die zwarte mensen die ik ken, heb ik tot de dag van vandaag nog nooit gehoord dat ze problemen hebben met zwarte piet. Waarom ben je niet net als de zwarte collega’s en vrienden van mij?” Ik vroeg de beste meneer: “Als jouw Surinaamse vrienden en zwarte collega’s vandaag tegen jou zouden zeggen dat ze zwarte piet discriminerend vinden en of je afstand wilt nemen van de karikatuur, zou je dan voor verandering zijn uit respect?” Het antwoord van de beste meneer was “Nee, ik denk het niet.” Wat dit illustreert is dat zwarte mensen in de Nederlandse samenleving, ondanks het gelijkheidsbeginsel, slechts een bijrol hebben. Wanneer ik mijn gevoelens uit, wordt steevast gezegd dat ik uit mijn slachtofferrol moet komen of dat ik ondankbaar ben. In andere woorden: ken je plek. Dat mijn kritiek op mijn land grondig, gefundeerd en op historische feiten gebaseerd is, doet het er niet toe. En daar wil ik, en velen met mij, verandering in brengen. Wij laten onze oprechte gevoelens niet langer wegwuiven of bagatelliseren. Wij zijn Nederlanders en wij eisen zo behandeld te worden.

 

Mijn naam is Jerry King Luther Afriyie. Sinds mijn twaalfde jaar probeer ik mijn land Nederland ervan te overtuigen dat wij beter kunnen. Ik ben nu 36. Dat betekent dat ik 24 jaar van mijn leven wacht op begrip en medemenselijkheid van mijn mijn politici, mijn minister president, mijn burgemeester, mijn agent, mijn intochtcomité, mijn bakker, mijn slager, mijn collega, mijn schooldirecteur en leerkrachten. Tevergeefs.

 

Sporter, muzikant of een knecht
Ik sta hier voor u omdat wij burgers er niet uitkomen. Ik hoop dan ook dat u ons niet naar buiten stuurt met de boodschap om het onderling uit te zoeken. Wij hebben uw wijsheid en kennis nu meer dan ooit nodig. U ziet: ik bevind mij in een land waar mijn gevoelens er totaal niet toe doen. In dit prachtige land worden mij maar drie toekomstperspectieven gegund: sporter, muzikant of een knecht. Op alle andere gebieden word ik aangestaard alsof ik een buitenaards wezen ben. Heb ik een doktersjas aan dan vraagt men zich af waar de echte dokter blijft. Haal ik hoge citoscores dan wil men naar de universiteit gaan uit mijn hoofd praten. Loop ik in een witte wijk dan slaat de BuurtApp op tilt. Maar als u denkt dat dit allemaal erg is, wacht dan maar totdat ik mijn mening geef, dan hebben wij de poppetjes echt aan het dansen. Want het moet gezellig blijven. Het liefst ouderwets gezellig.

 

Te confronterend
Tijdens de slavernij eisten witte mensen, met een zweep in de hand, dat de zwarte mensen op de plantage zich vrolijk gedroegen, ook al was de trans-Atlantische slavernij alles behalve een feestelijke aangelegenheid. Men moest uitbundig dansen, altijd lachend, ondanks de ontberingen. En als ze grieven hadden, moesten ze die verbergen. Witte mensen wilden niet geconfronteerd worden met de grieven die zij veroorzaakten. In 2017 wil mijn land, net als in 1800, niet geconfronteerd worden met de grieven die ze veroorzaakt in de zwarte gemeenschap. Men verbaast zich dan ook over mijn ongezellige houding. “Waarom ben je niet blij net als de andere zwarte mensen op tv?” Ik moet nog meemaken dat aan een wit persoon wordt gevraagd “Waarom ben je niet blij net als de andere witte mensen op TV?”

 

Onschuldig spel
Ik zou zwarte piet graag willen zien als satire, een spel om kinderen in de maling te nemen, zoals ik vaker hoor. Echter, vrijheid van meningsuiting, artistieke vrijheid en satire zijn anders dan een kinderfeest dat mensen zowel onbewust als bewust discrimineert. Hoe hard ik mijn best ook doe, ik kan niet om de historische feiten en de negatieve ervaringen van mijzelf en mijn lotgenoten heen. Ik kan het niet ongedaan maken dat witte jongeren pepernoten naar mij gooiden en hoe witte kinderen op straat ‘zwarte piet’ naar mij riepen. Diezelfde kinderen zullen opgroeien en beweren dat er geen link bestaat tussen zwarte piet en de stereotyperende weergave van zwarte mensen in de 19de eeuw. Ergens tussen hun 20e en 40e levensjaar worden ze kleurenblind en beginnen ze het racisme om ons te romantiseren. Maar moeten we zwarte piet als een spel zien, als kinderen door zwarte piet hun huidskleur vies vinden? Is het nog een spel als kinderen en volwassen op straat nageroepen worden? Kan je nog van een spel spreken wanneer verschillende instanties en een grote groep in de samenleving, zwart en wit, aangeven dat de figuur van Zwarte Piet bijdraagt aan pesten, uitsluiting of discriminatie? Het feit al dat de aanwezigheid van zwarte piet kan leiden tot pesten en discriminatie in de samenleving zou ons op zijn minst zorgen moeten baren.

 

Ik heb veel spelletjes meegemaakt en ik kan u verzekeren dat dit geen onschuldig spel is. De aanwezigheid van zwarte piet in de openbare ruimte is een ernstige inbreuk op mijn privacy en gevoel van veiligheid. Ik snap dat wij in een tijd leven dat ‘De Nederlander’ op zoek is naar zijn stamboom, zijn culturele identiteit, zijn normen en waarden. En ik weet dat hij zo ver wil gaan dat een beetje racisme gedoogd moet worden. Maar als zwarte piet onze normen en waarden moet voorstellen, wat zegt dat over onze normen en waarden? Wat zijn onze normen en waarden nog waard als Nederlandse jongens en meisjes op moeten rotten uit eigen land, omdat ze een feest willen dat alle kinderen evenveel plezier bezorgt?

 

Kinderen
In mijn ogen leveren kinderen het bewijs dat zwarte piet problematisch is en dat het opgelost kan worden. Het zijn kinderen die in al hun onschuld vanaf het moment dat ze kennismaken met zwarte piet, zwarte mensen nawijzen op straat en roepen ‘Mama, kijk, zwarte piet! Kinderen, goedgelovige kinderen, die nog geloven in een eeuwenoude man die ieder jaar op bezoek komt via een schoorsteen – en als er geen schoorsteen is, verzinnen wij er wel eentje – wijzen ons het probleem aan. Maar volwassen mannen en vrouwen, antidiscriminatiebureaus en de overheid zien het niet. De reacties van kinderen op de schrale veranderingen die wij in het land zien, bieden ook troost. Wij hebben veranderingen gezien op scholen en tijdens intochten. Een ding is zeker: Kinderen die nog in Sinterklaas geloven, raken onmiddellijk gewend. Wij hoeven ons geen zorgen te maken over de kinderen, als dat het enige is dat verandering in de weg staat.

 

Postkoloniaal Nederland
De tijd is gekomen om als land zwarte piet onacceptabel te verklaren, zowel juridisch als moreel. Als zwarte piet in een tijd bestond waarin iedereen gelijk zou zijn en racisme geen issue was dan zou het niet zo’n opwinding veroorzaken. Misschien hadden zwarte mensen gisteren geen stem om zich tegen een racistisch symbool als zwarte piet uit te spreken, maar vandaag de dag is het anders. En omdat men ons al die jaren niet heeft gehoord, om wat voor reden dan ook, betekent het niet dat onze mening, de geschiedenis, de feiten, verjaard verklaard kunnen worden. Evenmin kunnen wij ons laten verblinden door de affiniteit die het land door de jaren heen heeft opgebouwd met deze racistische figuur.

 

Want zijn wij echt de slavernij voorbij in ons denken en doen? Zijn de beelden, het culturele archief van de slavernij, zozeer uit ons geheugen gewist, dat wij nu de gedurfde bewering kunnen maken dat zwarte piet, een figuur uit ons slavernijverleden, geen karikatuur is van een zwarte persoon? Kunnen wij dat met zekerheid en met gezond verstand bevestigen? Kunnen wij zeggen dat slavernij is afgeschaft terwijl het land niet eens weet wanneer het werd afgeschaft? Terwijl het land nog steeds zonder schaamte woorden en gebruiken uit die tijd reproduceert en zich superieur waant, zoals minister Edith Schippers en co met trots beweert? Snappen wij wat het betekent om een achternaam te hebben die niet verder gaat dan de slavernij? Om niet te weten waar je vandaan komt of wat jouw religie was voordat witte mensen die op Jezus leken je kwamen ontvoeren om met je te doen wat ze wilden? Hebben wij sinds die problematische ontmoeting ooit iets gedaan om zwarte mensen te helpen zonder eigen gewin? Kunnen wij naar een zwarte man of vrouw luisteren die ons iets probeert bij te brengen, zonder te denken: zo erg is het niet, stel je niet aan?

 

Breek met het verleden
U ziet, ik wil graag geloven dat wij een betere versie zijn van onszelf 150 jaar geleden. Dat Nederland werkelijk veranderd is. Dat onze kinderen samen kunnen spelen en witte en zwarte kinderen evenveel kansen hebben op de arbeidsmarkt. Ik wil graag geloven dat wij kleurenblind zijn en iedereen als gelijke zien. Ik wil graag geloven dat die agenten die ons keer op keer zonder aanleiding in elkaar slaan, terwijl wij gebruik maken van onze rechten als Nederlanders, simpelweg hun werk doen en niet bevooroordeeld zijn. Maar als wij niet kunnen zien wat zwarte mensen ons duidelijk proberen te maken, als zwarte mensen niet meer kunnen zijn dan wat witte mensen willen dat ze zijn, als wij het onrecht, de dubbele standaard en het superieure gedrag van een groot deel van het volk weglachen, als wij niet kunnen zien dat zwarte piet institutioneel racisme is, en niet met zijn allen bereid zijn om voor eens en altijd te breken met het verleden, zal het verleden ons altijd blijven achtervolgen. Ongeacht wat voor geliefd verhaal wij onszelf blijven vertellen.

 

We zijn gelijk
Ik heb net als u handen, voeten, hoofd, lichaam. Ik heb een hart net als u en hetzelfde bloed dat door uw stroomt, stroomt door mij. Toch wordt er van mij verwacht dat ik mij minderwaardig gedraag. Bijna mijn hele leven verzekeren zwarte mensen mij ‘Wij zijn minder’. Mijn hele leven vertellen witte mensen mij ‘Jij bent minder’. Maar ik kijk naar u, en ik zie niets bijzonders, niets onmogelijks en niet fenomenaals dat u boven mij plaatst. En toch wil men mij en mijn kinderen doen geloven dat wij minder zijn. Ik geloofde het niet toen ik in Ghana was en ik geloof het nu niet.

 

Onacceptabel
Ik ben een vader. Ik heb een dochter van 7 jaar oud en een zoon van 13 jaar oud. Mijn angst is dat hun land nog niet klaar is voor hun vrouwelijkheid en mannelijkheid. Ik wil ze in volle glorie zien opgroeien. Ik wil een waardig rolmodel nalaten en niet een racistische karikatuur die witte mensen voor ze hebben uitgekozen. Ik wil voorkomen dat zij hun dromen moeten opgeven, zoals ik heb gedaan om hun land te redden. Dat kan ik niet accepteren. Ik kan ook niet accepteren wat witte mensen mij wijs proberen te maken, als ze in de praktijk niet bereid zijn om het waar te maken.

 

 

Photo credit: BLUESQUARE MEDIA